Ik heb je lief

touch

Het topje van mijn vinger raakt je huid één seconde aan. Je huid reageert direct. De haartjes op je arm staan overeind. Ze volgen mijn vingers. Mijn vingers koesteren je huid en vinden hun weg naar je hand.
Je sierlijke hand.
Ik raak je nagelriemen aan en streel de plooiing tussen je duim en je wijsvinger. Mijn hand maakt een sprongetje van je arm naar je buik.
Lekker zacht.
Een hoofdhaar is op je buik beland en wordt opgetild door de tinteling van je huid. Ik cirkel met mijn hand over je buik naar boven. Langs de rand van je borsten. Ik leg mijn hand op je borstbeen. Ik zoek je blik. Ik heb het gevoel dat ik verder kan kijken dan je iris.
Ik zie je ziel.
Ik zie jou.
Je bent prachtig.
Je glimlacht naar me met je mooie mond. Ik wil je zoenen.
Langzaam buig ik me voorover en blijf net boven je lippen hangen met de mijne.
Ik zie je blik.
Het is wederzijds.
Dan raakt mijn bovenlip jouw onderlip. Tederheid wisselt felheid af.
Je zoent mij.
Je zoent mijn ziel.
Je hoofd ligt op het kussen. Ik streel je haar. Je prachtige lange haar.
Het lijst je hoofd in op een sensuele manier.
Mijn hand speelt met de onderkant van je bovenarm. Daar waar je zo gevoelig bent.
Ik streel je op je schouder, raak heel even je borst aan en ga via je buik naar je bovenbenen. Wederom volgen je haartjes mijn vingers. Ze kunnen niet anders.
Ik zie je relaxen.
Al je angsten zijn weg.
Ik voel me vereerd dat ik ze weg mag nemen met mijn aanraking, want je hebt er veel.
Vaak zitten ze je dwars.
Nu niet.
Nu zorgt mijn ziel voor de jouwe.
Je ontroert me.
Je raakt me.
Je maakt me kwetsbaar terwijl ik me veiliger dan ooit voel.
Ik heb je lief.

Advertenties

Kansloos

broken_heart_by_fastreflex-1

Ik zat laatst bij je op de bank. Maar ik weet niet waar je was. Het lichaam dat tegenover me zat was leeg. Je was op. Je kon niet meer. Volledig leeggezogen door die ander.
De tranen stroomden over je wangen, terwijl je je hardop afvroeg waarom je dit jezelf aandeed.
Ik wilde dat je iets positiefs over je partner zou zeggen. Je kon niets bedenken. Ik vroeg je om me te vertellen wanneer je voor het laatst een compliment had gehad. Je zweeg. En toch was daar die charme, die aantrekkingskracht, waardoor je steeds weer teruggezogen werd naar die ander. In het begin was het zo fijn. Je werd overladen met complimentjes en cadeautjes.

Jullie passen perfect bij elkaar. Dat zien de mensen om je heen ook. Dat ze geen echte vrienden heeft, is niet zo gek. Ze is namelijk speciaal en er zijn maar weinig mensen die met zo’n bijzonder persoon kunnen omgaan. Maar jij wel. Jij ziet die ander voor wie ze werkelijk is. Je vertelt me dat ze vindt dat je te emotioneel bent en te vaak over gevoel wil praten. Soms schaam je je voor haar gedrag, omdat ze het op de meest ongelegen momenten in het openbaar uit. Je merkt echter dat je haar tegenover vrienden en familie altijd verdedigt. Soms vraag je je af waarom. Ze krijgt nooit genoeg van jouw aandacht, maar ze is niet geïnteresseerd in jouw wel en wee. Als jij iets wilt bespreken waar je mee zit, dan walst ze soms zodanig over je gevoel heen, dat je daar nog dagenlang mee zit. Zij heeft dat niet in de gaten. Je weet nooit waar je aan toe bent, omdat ze steeds weer andere normen en waarden lijkt te hebben. Ze probeert je te claimen, zodat je je, op momenten dat je met je eigen vrienden iets leuks aan het doen bent, altijd schuldig voelt dat je geen tijd met haar doorbrengt. Dat zij alleen thuis op de bank zit, terwijl jij lol hebt. Ze speelt met je brein. Ze kleineert je. Ze doet er alles aan om je te verzwakken, want dat geeft haar een gevoel van macht. Voor de buitenwereld is ze charmant en grappig. Het moet toch wel heel fijn zijn om een relatie met haar te hebben. Dat vindt iedereen. Thuis kraakt ze je vrienden af.
Je familie deugt ook niet. Maar samen kunnen jullie de wereld aan. Jullie zijn een sterk stel.

En dan ineens vertelt ze je dat ze afstand wil. Dat ze voor zichzelf wil kiezen. Een dreun.
Een mentale blauwe plek. Ze vertelt je dat ze niet met je verder kan door de manier waarop je je opstelt tegenover haar. Ze gooit een lading argumenten over je heen. Je begrijpt het. Je bent ook niets waard en het feit dat ze nu weggaat, ligt volledig aan jou. Het feit dat ze vreemdging, ligt aan jou. Je bent geen goede partner. Ze kan maar beter voor een ander kiezen. Een week later staat ze bij je op de stoep. Ze geeft je nog een kans. Je bent zo ontzettend blij dat jullie samen verder kunnen. En wat zijn jullie toch een leuk stel. Ze is charmant, grappig en lief. Twee dagen later. Je manier van communiceren deugt niet en je moet ook eens ophouden met praten over je verleden. Weer een mentale blauwe plek. Zou je wel aan haar standaard kunnen voldoen?
Ben je haar wel waard?

Elke stap is met voorbedachte rade genomen. Je wordt  gemanipuleerd en emotioneel mishandeld. Ik weet het zeker. Ik herken het. Want jouw verhaal is mijn verhaal. Het kostte mij uiteindelijk bijna twee jaar om me ervan los te maken. Jij kan het ook. Dat proces begint bij twijfel. En die heb je. Voor het eerst. Ze houdt niet van je en je bent bij voorbaat kansloos. Beloof me dat je voor jezelf gaat kiezen. Kom van die bank af, dan omhels ik je.

42: flappervel en zwabbertieten

IMG_3063

Toen de Afrikaanse Masai-krijgers destijds hoorden van de aanslagen op de Twin Towers in New York, waren zij zeer geschokt. De stamoudsten gingen direct met elkaar in overleg en er werd besloten om de Verenigde Staten veertien koeien aan te bieden. De Afrikanen wilden doen wat ze konden om hulp te bieden. Voor een gemiddelde Amerikaan betekenen veertien koeien helemaal niets. Voor een lid van de Masai-stam zijn veertien koeien een kapitaal.

Ik vind dit een prachtig voorbeeld van hoe perspectief voor iedereen verschillend is. Het is onder meer afhankelijk van je culturele achtergrond, opvoeding en van zelfinzicht. Dat laatste is iets waar ik nog wel eens mee worstel als het gaat om mijn gewicht.

Jarenlang niet mezelf durven zijn, heeft geresulteerd in flink wat overgewicht. Tot ik besloot om er iets aan te doen. Ik kwam afspraken met mezelf na, zette door, zocht balans, was boos, was trots, voelde walging voor oude gewoonten, vocht door en kwam op die manier steeds dichterbij mijn doelen.

Het klinkt misschien wat zweverig, maar ik ben mijn lichaam als een tempel gaan beschouwen. Een tempel die nodig aan renovatie toe was. Het probleem is echter dat fabrikanten en winkeliers mij steeds slechte of matige materialen (snoep, koek, chips)  aanbieden om die tempel te restaureren en te onderhouden. Daar heb ik niks aan. Dus ik besloot om alleen sterke materialen te gebruiken om er iets moois van te maken. Producten die goed voor me zijn. Die me een solide basis geven voor de rest van mijn leven.

En ja, we kennen allemaal de beelden van programma’s als Obese, met flappervel en zwabbertieten. Ik zal niet ontkennen dat ik die ‘symptomen’ ook heb. Laat ik gewoon eerlijk blijven. Wie een close-up foto van mijn buik zou maken, zou kunnen denken dat het een stukje woestijn is, gemarkeerd door striae en los vel. Mijn nieuwe lijf is écht niet mooier dan het oude. Maar wel véél gezonder!

Perspectief. Ik merk dat mijn hersens mijn metamorfose niet hebben kunnen bijbenen. Ik heb me in twintig jaar naar een enorme omvang gevreten en het is er in minder dan een jaar bijna allemaal weer af. In mijn hoofd ben ik echter nog steeds erg dik. Soms denk ik dat ik ergens niet langs kan en dan kan dat met gemak. Ook moet ik me realiseren dat mensen me nu eerder typeren als ‘stevig’ dan als ‘heel dik’. Ik moet wennen aan hoe mensen me nu zien. Ik moet wennen aan het feit dat mijn oude slaaphouding niet meer lekker ligt, door mijn vetloze knieën. Het opmerkelijkste is feit dat ik mezelf soms in de spiegel zie en dat er dan een paar seconden geen herkenning is. Géén herkenning. Dat laatste vind ik héél eng.

Tien maanden duurt mijn tocht inmiddels. Ik noem het bewust geen strijd, want dat is het allang niet meer. Het is een manier van leven geworden. Het kost me relatief weinig moeite en ik val nog steeds af. Vandaag was het maandag. Vandaag stond ik op de weegschaal. Vandaag hoopte ik veertig kilo te zijn afgevallen. Vandaag kan ik trots melden dat ik nu zelfs 42 kilo kwijt ben.

Als ik me rot voel, heb ik geen vreetbuien meer. Nog tien kilo en dan heb ik mijn streefgewicht behaald. Ik weet inmiddels zeker dat het gaat lukken. Het is klaar met de verslaving. En het is heerlijk om dat vanuit het juiste perspectief te kunnen zeggen!

Maan

maan

Het waait hard. Je bril zit strak tegen je neus geduwd. Je laat het hekje waar je tegenaan staat eventjes los. Je kunt tegen de wind aanleunen. Je hoopt dat de zwaartekracht straks sterker is dan de wind. Je wilt even vliegen en dan helemaal niks meer. Stilte. Eindelijk. Rust.

Je doet een stap naar voren. Dit moment heb je in je hoofd al duizend keer beleefd. Het moment dat je zelf beslist dat het genoeg is. Je wordt gek van de chaos in je hoofd, die ontstaan is toen je erachter kwam dat je op jongens viel. Je bent zelf een jongen. Dat kan dus niet. Uren heb je op je kamer gezeten. Hopend dat het over zou gaan. Minutenlang heb je naar posters van mooie mannen gekeken, op de kamer van je zusje. Secondes leken jaren. Huilend heb je rondjes door de keuken gelopen terwijl je ouders in de moskee zaten. Nu is het genoeg.

Je doet nog een stap naar voren. De neuzen van je schoenen komen over de rand. Je kijkt naar beneden. Twaalf verdiepingen lager glinstert het natte gras. Het heeft net geregend, maar de wolken zijn grotendeels weggetrokken. De volle maan beschijnt de omgeving. Je besluit dat het tijd wordt dat je teruggaat naar de natuur. Je bent toch niks waard. Dit is voor iedereen het beste. In de moskee zul je even herdacht worden. Maar dan tenminste wel eervol en niet als vieze flikker.

Eén keer heb je geprobeerd om te vertellen dat je op jongens valt. Bevend en stotterend zat je bij Niels op zijn bed. Je schatte in dat de kans klein was dat hij afwijzend zou reageren. Jongens met een Nederlandse achtergrond reageerden vaak beter dan jongens met een Islamitische achtergrond. Niels had al een paar keer aan je gevraagd wat er was, omdat je zo afwezig leek. Uiteindelijk had je het verteld. Je durfde hem niet aan te kijken. Daarom zag je ook zijn vuist niet aankomen. Twee dagen lag je in het ziekenhuis. Vijf littekens aan de buitenkant. Een grote kras op je ziel.

Je besluit om te springen. Kijkt nog één keer naar beneden en… ziet recht onder je een meisje op het gras staan. Je schrikt. Wankelt. Valt om. Het grind op het dak voelt hard aan je heup. Dat wordt een blauwe plek. Je grijpt het hekje vast, waar je net nog tegenaan hebt gestaan. De kou van het metaal vreet aan je vingers. Je ontdooit. Je wordt wakker. Versuft blijf je liggen op het harde grind. Ineens vind je jezelf laf, omdat je de makkelijke weg wilde kiezen. De dood. Je haalt een paar keer diep adem, staat op en ziet hoe de maan het landschap verlicht. Het raakt je diep. Deze schoonheid. De schoonheid van alles wat leeft op deze aarde. Alles. Dus ook jijzelf.

Verward loop je naar beneden. Verdieping voor verdieping. Trede voor trede. Er zit grind in je schoenzool. Het kraakt. Je glimlacht. Je leeft. Je duwt de buitendeur open en het meisje staat nog steeds in het natte gras. Ze kijkt om als ze de deur van de flat hoort piepen. Je glimlacht. Zij glimlacht terug. Ze vraagt je of je ook van de maan komt genieten. Je knikt. Ze kijkt weer omhoog, waar inmiddels ook steeds meer sterren lijken te verschijnen. Zachtjes fluister je: ‘Ik ben Jaouad, ik ben 16 jaar en jij hebt net mijn leven gered.’ Het meisje kijkt niet om, maar je ziet aan haar contouren in het maanlicht dat ze glimlacht. Ineens voel je haar hand in de jouwe. Er biggelt een traan over je wang.

Wilhelmina

fragment_onderduiken_afb1

Je vader stelde je aan Johannes voor toen je zestien was. Johannes, in het dagelijks leven Jan genoemd, was twee jaar ouder en hij zou de perfecte man voor je zijn. Je keek eens goed naar hem, maar je zag het niet. Die óren!

Dat uiterlijk ook niet alles was, bleek later, toen Jan uit zijn schulp kroop. Het was een vrolijke jongeman, met een goed gevoel voor humor. Hij toonde respect voor je en je raakte daadwerkelijk op hem gesteld. In 1938 stapten jullie in het huwelijksbootje. Kort daarna brak de Tweede Wereldoorlog uit.

Op een ochtend in 1943 kwam Jan de keuken ingerend. “Mientje!”, riep hij. Je keek verschrikt op. De aardappel die je aan het schillen was, rolde op de vloer. Jullie driejarige zoon Dirk holde er naartoe. Het was te merken dat voedsel schaarser werd, dus je stond op om de kostbare aardappel meteen op te pakken. Jan pakte je bij de schouders en vertelde dat jullie onderduikers zouden krijgen. Je keek hem verschrikt aan. Je protesteerde, maar hij had het al toegezegd. Vannacht zouden ze komen. Jan vroeg je om slaapplaatsen te creëren op de zolder van jullie woning.

Diep in de nacht hoorden jullie het geluid van een uil. Het signaal van het verzet.
De onderduikers stonden voor de deur. Vlug lieten jullie ze binnen. Je oog viel op Annie.
Ze keek terug. Je stond in brand. Je werd compleet overspoeld door een hevige verliefdheid.
Jan zei iets tegen je, maar je hoorde niet wat. Je zag dat Annie bloosde. Gauw keek je weg.

De onderduikers zaten bijna twee jaar bij jullie op zolder. Nooit ondernamen Annie en jij enige actie naar elkaar toe. Dat was ondenkbaar. Ze was niet alleen Joods, maar ook nog eens een vrouw. Een vróúw! Na de bevrijding zagen jullie elkaar nooit weer, omdat Annie naar Amsterdam terugkeerde. De eerste tijd was je hart van steen, maar ook dat wende. Haar donkere, doordringende ogen zou je echter nooit vergeten.

Jan en jij hadden een rustig leven. Jullie zoon Dirk kreeg zelf twee zoons. Je vond het heerlijk om oma te zijn. Helaas overleed Jan al op zestigjarige leeftijd, waardoor je vroeg weduwe werd.
Een nieuwe man heb je nooit gehad, omdat je twijfelde of dat wel bij je paste, een man.
Nooit sprak je over dit geheim.

Op een dag kwam Johan, je oudste kleinzoon bij je op bezoek. Hij had een meisje bij zich.
Je moest je vasthouden aan je rollator om niet om te vallen van schrik. Die ógen! Johan vertelde dat zijn nieuwe vriendin Anna heette en uit Amsterdam kwam. Je staarde haar aan en bevend vroeg je haar hoe haar oma heette. De jonge vrouw vond het een vreemde vraag, maar zei: “Annie”. Dat antwoord bevestigde wat je al dacht. Hetzelfde DNA. Die ógen!

Je wenste Johan en Anna heel veel geluk toe en je genoot stiekem van het kleine stukje troost en geborgenheid wat je voelde, als je Anna strak aankeek.

Vanmorgen vertelde je me bij de bushalte dat je morgen 95 jaar wordt. Dit zou zomaar jouw verhaal kunnen zijn. Ik hoop dat je een mooi leven hebt gehad, maar dat weet ik niet. Ik ken je niet. Je sprak vanmorgen één zin tegen me en nam toen een andere bus.

G.I. Jane

Ant

Wat een gaaf wijf! Dat was het eerste wat ik dacht toen wij elkaar een aantal jaren geleden ontmoetten. We woonden beiden op Curaçao en genoten daar met volle teugen van.
Je bleek ook nog eens een knotsgek gezin te hebben, wat helemaal bij je paste. De hond, die ‘Meneer Jansen’ heette, maakte het beeld compleet. We zagen elkaar vanaf die eerste ontmoeting regelmatig en langzaam werd duidelijk dat jouw schaterlach en jouw opgewekte humeur een middel waren om de tornado in je lichaam de baas te blijven. Je hebt meerdere auto-immuunziektes, die je van binnenuit kapot maken. Althans, dat proberen ze.
Want jij, jij laat dat niet toe.

Inmiddels woon ik in Groningen en jij in Limburg. Voor mijn gevoel veel te ver weg.
Op afstand volg ik je strijd. Steeds weer op en neer naar Nijmegen. Loodzware chemo’s.
Je haar eraf. Wennen aan Pien, je pruik. Een balans zoeken in oplossingen, omdat de behandeling die de ene ziekte onderdrukt, de symptomen van de overige ziektes weer zou kunnen versterken. Vechten met specialisten, omdat je lichaam niet doet wat het volgens de boekjes zou moeten doen. Omgaan met de zoveelste teleurstelling, omdat een behandeling weer niet aanslaat. Je gaat elke strijd aan en dat verdient het diepste respect.

Onlangs was ik enkele dagen bij jou en je gezin. Ik zag je zoon van vijftien jaar oud. Een knappe, zeer sociale jongeman, die het moeilijk vindt om zijn moeder zo te zien. Hij is de balans een beetje kwijt tussen zijn schoolwerk en zijn zorgen om jou. En geef hem eens ongelijk.
Toch is het in mijn ogen een type dat voor zichzelf wel kan inschatten hoever hij de teugels kan laten vieren. Daar is hij intelligent genoeg voor. En als hij dreigt af te glijden in zijn angst, dan trek je hem naar je toe en dan geniet hij onder moeders vleugel van een goed gesprek met jou.

Je dochter is niet alleen mooi van buiten, maar ook van binnen. Ze is zeer ad rem, goedgebekt en erg intelligent. Haar interesse in jongens, make-up en kleding verbergen een diepere laag. Een laag die niet iedereen van zestien jaar heeft. Je merkt dat ze de zorgen om jou omzet in wijsheden en daarmee een groot voorbeeld is voor haar vriendinnen. Zeer uitzonderlijk.

Als je man thuiskomt, dan gebeurt er iets. Je voelt een golf van liefde. Van jullie voor hem, maar ook van hem voor jullie. Die liefde raakt elkaar in het midden van de kamer en blijft dan hangen. Als hij je aankijkt, dan zie ik lichtjes in zijn ogen. Hij houdt van een goede grap, maar kan ook zeer serieus zijn. Dat laatste geeft hem ruimte om na te denken over de toekomst.
Op die momenten zie ik grote machteloosheid in zijn ogen. Machteloosheid die hij liever niet toont, omdat hij zijn gezin er niet mee wil belasten.

En jij? Jij geniet met volle teugen van je hechte gezin. Jullie slaan je er met jullie énorme gevoel voor humor samen doorheen. Uiteraard heb je ook dagen dat je alleen maar op de bank kunt hangen en kunt huilen. Maar het tonen van je zwakte, dát maakt je in mijn ogen juist zo sterk. Hoelang je nog hebt, dat weet niemand. Ook de specialisten kunnen alleen maar gokken.
En dat? Dat maakt jou realistischer dan de meeste mensen. Je hebt al goed nagedacht over je afscheid, bent voor de zekerheid dingen aan het vastleggen voor je man, zoon en dochter, terwijl je ondertussen onverbiddelijk doorvecht.

Jij zal de medische wereld versteld doen staan, zoals je de afgelopen jaren al zovaak hebt gedaan. Dat weet ik zeker. In jouw hoofd heb je dit gevecht namelijk allang gewonnen en je dwingt je lichaam daarin mee te gaan. Het zal wel moeten, want jij bent onze G.I. Jane.

Gevangen in vet

-20 kg

Gisteren werd mij gevraagd naar het geheim van mijn gewichtsverlies. Natuurlijk kan ik vanaf hier niet inschatten wat voor jou de beste methode is en ik kan je ook niet zeggen wat je moet doen. Daarom zal ik weergeven wat voor mij werkt en hopelijk is het een inspiratie. Het maakt daarbij geen (dikke) reet uit of je vier kilo kwijt moet of veertig, als je niet lekker in je vel zit, dan moet je er wat aan doen.

Voor mij begon afvallen dan ook met lef. Het lef om via een ultieme zelfreflectie mijn zwakke punten te benoemen. Problemen kun je niet aanpakken als je de (veel te grote) omvang niet volledig kent. Ik keek in de spiegel. Zag mezelf. In een te groot omhulsel. Erkende dat. Ik ging wél op de weegschaal staan, ik bekeek mijn kwabben (al walgend) wél uitvoerig. Ik huilde. Ik ging nadenken om erachter te komen waarom ik al jaren het gevoel had dat ik gevangen zat in vet. Mijn buitenkant paste absoluut niet bij mijn binnenkant, waardoor ik gefrustreerd raakte en ging eten. Als ik echt uit die cirkel wilde komen, dan moest ik mezelf een schop onder mijn steeds groter wordende kont durven geven. En dat begon met erkennen van mijn fouten. Erkennen van het feit dat ik mijn verdriet en pijn al die jaren had weggelachen.

Voordat ik daadwerkelijk resultaat op de weegschaal zag, was ik al weken in mijn hoofd bezig geweest met sterker worden. Mentaal oppeppen. Ik vertelde mezelf keer op keer dat het belachelijk was dat ik op mijn vierendertigste last kreeg van mijn knieën. Dat het belachelijk was dat ik mezelf al jaren mishandelde. Dat ik een fucking lekker wijf kon worden. Er ontstond in mijn hoofd een beeld dat me beviel. Daar kon ik mee aan de slag. Ik had het probleem goed in kaart gebracht, door lef en eerlijkheid. Dat voorwerk was voor mij essentieel.

Daarna kwamen vastberadenheid, doorzettingsvermogen en realiteit. De realiteit was dat ik dit lijf jaren ernstig tekort had gedaan door het te voorzien van een dikke laag vet. Mijn organen en gewrichten stikten. Dit zou ik niet in een paar maanden er weer af hebben. Als je doelen niet realistisch zijn, dan lukt het niet. Daarom besloot ik dat ongeveer een kilo per week voldoende was. Ik ging drie keer per week een uur stevig wandelen. Ik dronk alleen nog maar water en thee (ja, ook tijdens het stappen, tot verbazing van vriendinnen: ‘Heb je haar weer met haar water’.)

Veel diëten werken met een beloningsprincipe. Als je een week goed je best hebt gedaan, dan mag je een stukje chocolade, of een vettere maaltijd.  Voor een verslaafde als ik, is dat funest. Als ik de smaak te pakken heb, dan ga ik los. Volledig los. Ik moest koude kalkoen afkicken van mijn suiker- en vetverslaving.

Ik heb dan ook geen pepernoot, kerstkransje of paaseitje gehad. Geen chips, koek, frituur of snoep. In mijn hoofd zit namelijk het idee dat ik daar allergisch voor ben. Dat is gif. Mijn organen kunnen dat niet aan. Dat beeld heb ik er zelf ingeplant en het werkt. Verder eet ik normaal, al let ik natuurlijk wel op wát! Maar ik eet gerust spaghetti bolognese en ik gooi ook gewoon satésaus over mijn kipfilet. Dat kan, omdat ik weet dat ik de rest van de dag of de dag erna, magere zaken zal eten. Daarnaast eet ik net voor het slapen gaan nog een stuk fruit of komkommer. Ik geef mijn lichaam daarmee ’s nachts wat te doen (het zou zich ook gaan vervelen, hè), zodat het ’s ochtends bij het ontbijt niet zó blij is dat het na bijna tien uur weer wat krijgt, dat het meteen alles weer opslaat als vet. Doorzettingsvermogen en vastberadenheid zijn onmisbaar, als je vriendinnen borrelhapjes eten en jij niet. Ik ben inmiddels zover dat ik die frikandel niet eens meer wil. Dat ik rozijntjes eigenlijk te zoet vind.

Ik sta iedere maandagochtend op de weegschaal, waarna ik mijn ‘Gewichtige schrift’ pak. Het is een simpel ruitjesschrift van vijftig cent. Daarin heb ik een grafiek getekend, die niet naarboven mág. Da’s verboden. Iedere vrijdag sta ik nogmaals op de weegschaal, om te kijken hoe ik ervoor sta. Dan weet ik exact of ik er dat weekend nog aan moet trekken, of dat het iets minder streng mag. Ik ben letterlijk mijn eigen bodyguard.

Twee weken geleden was ik een kilo aangekomen. Ik vond het vreselijk, maar ik heb het wél in de grafiek getekend. Hij moest dus omhoog. Ondanks het verbod. Niet wegkijken. Eerlijk zijn naar mezelf. Toen kwam mijn doorzettingsvermogen weer langs en dat resulteerde de week erna in een gewichtsverlies van twee kilo. Inmiddels ben ik meer gaan wandelen, nu zo’n vijf keer per week een uur en ik doe daarnaast oefeningen. Ik hou mezelf scherp in de gaten en pas mijn plannen daarop aan. Ik ben er nog lang niet, maar de vrouw die ik wil zijn, begint nu langzaam te verschijnen. Ontsnapt uit de gevangenis van vet.